Klinische Revalidatie

Revalidatie is een algemeen begrip. Het betreft behandeling na een ziekte of ongeval met als doel de patiënt zo goed als mogelijk te leren functioneren. Bij Sophia Revalidatie is sprake van specialistische revalidatie. De gevolgen van ziekte, ongeval of aangeboren aandoening zijn namelijk complex en vaak blijvend. Daarom werken bij specialistische revalidatie meerdere disciplines intensief samen met en voor de patiënt. Het doel van specialistische revalidatie is het voorkomen of verminderen van belemmeringen in het dagelijkse leven.  

Voor wie?

Na een ziekenhuisopname kan een patiënt soms - op basis van zijn beperkingen - nog niet terug naar huis. De patiënt moet de dagelijkse handelingen opnieuw leren uitvoeren en er moet worden uitgezocht welke aanpassingen in de woning noodzakelijk zijn. De patiënt wordt dan opgenomen bij Sophia Revalidatie in Den Haag.
 
Soms vindt ook opname voor revalidatie­behandeling plaats rechtstreeks vanuit de thuissituatie. Op verzoek van een behandelend specialist of huisarts bezoeken revalidatieartsen van Sophia Revalidatie patiënten, die in ziekenhuizen en verpleeghuizen in de regio zijn opgenomen. De revalidatiearts stelt vast of opname gewenst is en welke behandeling toegepast kan worden.
 

Klinische Revalidatie

Uitgangspunt van de klinische opname en behandeling bij Sophia Revalidatie is datgene wat iemand ervaart als probleem en wat hij opgelost wil zien. De revalidatiearts en de behandelaars onderzoeken vervolgens of er mogelijkheden zijn de patiënt te helpen bij het oplossen van dit probleem.
 
De wensen en mogelijkheden van de patiënt zijn de basis voor het behandelplan. Stap voor stap en in goede samenwerking werken patiënt en behandelaars aan verbeteringen in het functioneren op één of meer van de volgende gebieden:
  • toepassen van kennis (leren, oplossen van problemen) 
  • communicatie (spreken en/of schrijven, begrijpen, lezen)
  • mobiliteit (lopen, rijden)
  • zelfverzorging (eten/drinken, wassen, kleden)
  • huishouden (schoonmaken, koken, boodschappen doen)
  • relaties (met partner, kinderen, familie, vrienden)
  • belangrijke levensgebieden (opleiding, beroep, omgaan met financiën)
  • maatschappelijk leven (werk, vrije tijdsbesteding)
 
Revalidatie heeft te maken met dagelijkse activiteiten. Daarom kan in overleg met de patiënt ook de omgeving (partner, familie, werkgever, sportclub) bij de behandeling worden betrokken.
 

Behandelteam

Bij Sophia Revalidatie werken professioneel opgeleide mensen met elkaar samen in een behandelteam rond een patiënt: revalidatie is teamwork. De behandelend revalidatiearts geeft leiding aan het behandelteam. De verschillende behandelingen zijn op de revalidatiedoelen van de patiënt afgestemd. In de teambespreking komen vorderingen en knelpunten aan de orde en bespreken de behandelaars het behandelverloop. Voor de meeste therapieën geldt dat de behandeling zowel individueel als in een groep kan plaatsvinden.
 
Er zijn ook andere medisch specialisten als consulent aan het revalidatiecentrum verbonden. Zij zijn op vaste tijden aanwezig. Deze specialisten (bijvoorbeeld uroloog, plastisch chirurg, internist, neuroloog) worden ingeschakeld als een patiënt op een bepaald gebied problemen heeft. Als het nodig is, wordt met de ‘eigen’ specialist van de patiënt overlegd. Na ontslag uit de Klinische Revalidatie wordt de patiënt weer overgedragen aan de specialist in het ziekenhuis.
 

Samenstelling behandelteam

De revalidatiearts is verantwoordelijk voor de revalidatiebehandeling tijdens de opname en coördineert de medische zorg en de activiteiten van het behandelteam. Door teambesprekingen en eigen onderzoek blijft de arts op de hoogte van de ontwikkelingen in de diverse revalidatie­processen.
 
De afdelingsarts, meestal een arts in opleiding voor revalidatiearts, regelt de dagelijkse gang van zaken op een afdeling Klinische Revalidatie. De arts bespreekt de voortgang van de behandeling met de patiënt (en eventueel met de familie) en overlegt over eventuele bijstellingen van het behandelplan.
 
De activiteitentherapeut biedt aangepaste technieken aan en zoekt mogelijkheden om oude hobby’s weer op te pakken of nieuwe te vinden. De activiteitentherapeut gaat ook na welke mogelijkheden iemands eigen leefomgeving biedt op het gebied van vrijetijdsbesteding. Verder organiseert zij diverse activiteiten, zoals winkelen, restaurant- en theaterbezoek. Dit laat patiënten langzamerhand weer ‘proeven’ van het leven buiten het revalidatiecentrum. Deze activiteiten zijn echter alleen mogelijk met behulp van familie, vrienden en vrijwilligers.
 
De afdeling Bewegingsagogie bestaat uit sport- en zwembadmedewerkers en bewegingsagogen. Zij begeleiden patiënten bij:
  • het (weer) plezier krijgen in bewegen;
  • het verbeteren van de conditie;
  • het vinden van een zinvolle dagbesteding;
  • het ervaren van allerlei sport- en spelvormen;
  • het leren zwemmen en ontspannen. 
 
De ergotherapeut oefent samen met de patiënt allerlei praktische, dagelijkse activiteiten. Dit kan variëren van douchen en aankleden tot strijken en koken. Ook het weer oppakken van hobby’s, werk of andere bezigheden kan tijdens de behandeling aan bod komen. De ergotherapeut helpt met hulpmiddelen zoals spalken, rolstoel of aangepast bestek en adviseert over eventuele aanpassingen in de woning en/of op de werkplek.
 
De fysiotherapeut probeert vooral het bewegen te verbeteren of opnieuw aan te leren. Stoornissen in spieren, gewrichten of in het centrale zenuwstelsel (zoals de hersenen) belemmeren soms het maken van bewegingen.De nadruk ligt op oefentherapie: het gericht trainen van de eigen mogelijkheden van de patiënt. De therapie is meestal dagelijks, indivi­dueel of in groepsverband. Naast fysiotherapie in de oefenzaal kan oefenen in het water (hydro­therapie) zinvol zijn. Het resultaat van de therapieën is helaas niet altijd dat de patiënt weer zelfstandig kan lopen. In die gevallen kan/moet dan gebruik worden gemaakt van hulpmiddelen als krukken, spalken (orthesen) of een rolstoel.
 
De logopedist onderzoekt en behandelt patiënten die moeite hebben met spreken en/of het gebruik van taal. De problemen kunnen ook liggen in het niet begrijpen van een ander of het zelf slecht begrepen worden. Door oefeningen en het gebruik van hulpmiddelen kan de spraak en/of het spraakgebruik verbeteren. Soms is een alter­natieve of aanvullende vorm van communicatie noodzakelijk. De logopedist behandelt ook slikstoornissen en adviseert bij gehoorproblemen.
 
De maatschappelijk werker begeleidt patiënten bij zowel emotionele als praktische vragen. Beper­kingen in het dagelijks functioneren kunnen immers veel in het leven veranderen. De patiënt en zijn omgeving moeten daarmee leren omgaan. (Groeps)gesprekken met de maatschappelijk werker kunnen behulpzaam zijn bij het verwerkingsproces. Daarnaast adviseert de maatschap­pelijk werker bij praktische zaken rond arbeid, uitkering, financiën, huisvesting, vervoer et cetera.
 
De muziektherapeut biedt verschillende activiteiten aan op muziekgebied. Muziek maken kan ontspannend werken en helpen bij het uiten en verwerken van gevoelens en emoties. Muzikaliteit is géén vereiste, maar de patiënt moet wel van muziek houden.
 
De revalidatiepsycholoog brengt de mogelijkheden en de problemen op het gebied van hersen­functies in kaart. Ingeval van een hersen­aandoening worden functies als waarnemen, denken en geheugen onderzocht. Op basis van de resultaten hiervan adviseert de psycholoog de patiënt, de direct betrokkenen en de behan­delaars. Als dit nodig is begeleidt de psycholoog patiënten met verwerkingsproblemen en/of gedragsveranderingen als gevolg van hun veranderde omstandigheden. Naast individuele begeleiding bestaat de moge­lijkheid deel te nemen aan een gespreksgroep voor patiënten met een zelfde handicap; het zogenaamde lotgenotencontact. In deze groepen wordt ook aandacht besteed aan herkenning, beleving en verwerking van de handicap.
 
De seksuoloog beantwoordt vragen over seksu­aliteit en intimiteit. Gesprekken met de seksu­oloog kunnen met of zonder partner plaatsvinden. De seksuoloog maakt na ongeveer drie weken kennis met de patiënt.
 
De verpleegkundige/verzorgende voert het eerste gesprek met een nieuwe patiënt. De verpleegkundige/verzorgende werkt nauw samen met revalidatieartsen en behandelaars en helpt de geleerde oefeningen in praktijk te brengen. Dit geldt ook voor de Activiteiten van het Dagelijks Leven (ADL) zoals wassen, aankleden en opstaan. Als patiënten deze ADL-functies door omstandigheden (nog) niet kunnen uitvoeren, biedt de verpleging de helpende hand of neemt (delen van) handelingen over. Eén verpleegkundige of verzorgende is de persoonlijk begeleider van de patiënt en onderhoudt waar nodig contact met de partner en/of familie van de patiënt. 
 

Ondersteunende diensten

De geestelijk verzorger begeleidt patiënten bij geloofs- of levensvragen. Waar geloof of overtuiging eerst een houvast bood, verdwijnt dat vaak op de achtergrond als het ziekzijn gaat overheersen. Met de geestelijk verzorger wordt dan gezocht naar wat een bron van kracht kan zijn in de nieuwe levenssituatie. Deze levensbeschouwelijke hulp is beschikbaar voor iedereen, ongeacht godsdienst en achtergrond. Regelmatig zijn er religieuze vieringen in het Stiltecentrum. Ook kan een geestelijke van een bepaalde geloofsrichting worden ingeschakeld, bijvoorbeeld een predikant, priester, imam of pandit.
 
De prothese-/orthesemaker en orthopedisch schoenmaker maken prothesen, orthesen en orthopedische schoenen. Sophia Revalidatie levert deze diensten niet zelf, maar werkt hiervoor samen met externe, zelfstandige bedrijven.Patiënten kunnen zelf kiezen van welk bedrijf zij gebruik willen maken. Afhankelijk van het bedrijf, is het meestal mogelijk de hulpmiddelen in het revalidatiecentrum te laten aanmeten, te passen en te laten afleveren.
 
De revalidatietechnicus onderhoudt de rolstoelen (en de daarbijbehorende hulpmiddelen). Ook past hij – waar nodig – rolstoelen of andere hulpmiddelen aan, of vervaardigt hij zelf een hulpmiddel op maat. Hij werkt meestal in overleg met de ergotherapeuten.
 
De transferverpleegkundige helpt bij het verkrijgen van een indicatie voor nazorg en begeleidt patiënten bij het aanvragen hiervan. Zij heeft kennis en voorlichtingsmateriaal over de verschillende mogelijkheden, zoals huishoudelijke verzorging, lichamelijke verzorging, dagbehandeling of verzorgings- of verpleeghuis.
 
De voorzieningencoördinator biedt begeleiding bij de aanvraag van voorzieningen en hulpmiddelen. Als dit nodig is, fungeert zij als contactpersoon tussen patiënt, artsen/behandelaars en diverse instanties (zoals gemeentes, zorgverzekeraars, leveranciers et cetera).
 
De centrale keuken bereidt de maaltijden voor de patiënten. Als een dieet gewenst is of noodzakelijk, wordt de diëtist ingeschakeld. Dit is ook mogelijk voor patiënten met slikproblemen.
 

SPATIE

Negen keer per jaar verschijnt SPATIE; dit is een nieuwsbrief voor klinische patiënten van Sophia Revalidatie. Hiernaast vindt u de laatste drie exemplaren van SPATIE.

Meer weten?