Poliklinische Revalidatie Kinderen

 

Specialistische kinderrevalidatie
 

Voor wie?

Sophia Revalidatie behandelt kinderen die in hun dagelijks functioneren belemmerd worden door de gevolgen van een ontwikkelingsachterstand, ongeval of aangeboren aandoening. De kinderen die binnen de revalidatie behandeld worden, hebben in de regel beperkingen op meerdere gebieden, waardoor meerdere vormen van behandeling nodig zijn.
De Poliklinische Revalidatie Kinderen van Sophia Revalidatie richt zich op de behandeling van kinderen en jongeren (tussen 0 en 14 jaar), hun ouders en/of verzorgers.

De huisarts of medisch specialist verwijst naar Sophia Revalidatie wanneer hij constateert of verwacht dat de problemen van het kind aandacht behoeven van de revalidatiearts. De revalidatiearts stelt vervolgens vast of een behandeling wenselijk is en zo ja, welke. De verschillende therapeuten stemmen de behandelingen op elkaar af; deze vinden plaats onder verantwoordelijkheid van de revalidatiearts.
 

Poliklinische Revalidatie Kinderen

De behandelingen bij Sophia Revalidatie zijn poliklinisch. Dat betekent dat het kind één of meerdere keren per week voor een behandeling of therapie naar het revalidatiecentrum komt. Uitgangspunt van de behandeling bij Sophia Revalidatie is datgene wat het kind (en/of de ouders, afhankelijk van de leeftijd) als probleem ervaart en behandeld wil zien.

Deskundige behandelaars onderzoeken of er mogelijkheden zijn het kind te helpen bij het verminderen of verhelpen van het probleem. De ouders maken duidelijk wat zij hopen dat bereikt zal worden met de behandelingen. De revalidatiearts en de behandelaars brengen hun kennis en ervaring in en proberen de wensen in overeenstemming te brengen met de reële mogelijkheden. De hulpvraag van ouders en kind is dus het uitgangspunt.

Stap voor stap en in goede samenwerking werken kind en behandelaars aan verbeteringen in het functioneren op één of meer van de volgende gebieden:

  • bewegen (grove en fijne motoriek)
  • spelen en leren
  • communiceren (verbaal en non-verbaal)
  • omgaan met emoties
  • persoonlijke verzorging
     

Het doel van de revalidatie is het kind te stimuleren zijn of haar mogelijkheden te ontdekken en deze optimaal te benutten. Dit proces wil Sophia Revalidatie graag begeleiden, samen met de ouders.
 

Kind in ontwikkeling

Omdat een kind in ontwikkeling is, ontstaan er in verschillende periodes verschillende vragen. Dat een peuter niet zonder hulp kan eten of niet kan fietsen is normaal. Maar een kind van 8 jaar wil dat wel graag zelf kunnen.

Er zijn in de ontwikkeling van het kind enkele belangrijke periodes te onderscheiden.

Van 0 tot 4 jaar
De ontwikkeling van de basisvaardigheden (zoals kruipen, zitten, staan en praten) staat centraal. Met intensieve begeleiding en stimulans kan in deze fase veel bereikt worden. Het is belangrijk zo vroeg mogelijk met de behandeling te beginnen.

Van 4 tot 12 jaar
In deze periode is de basisschool het belangrijkste voor het kind. De revalidatie is ondersteunend. De basisvaardigheden, zoals bijvoorbeeld schrijven en omgaan met andere leeftijdgenootjes worden uitgebreid en verder ontwikkeld.

Van 12 tot 18 jaar
In het voortgezet onderwijs ligt het accent op zelfstandigheid en later op scholing en arbeid.
 

Samenwerking

De behandelaars van de Poliklinische Revalidatie Kinderen werken nauw samen met:

  • ziekenhuizen
  • integrale vroeghulporganisaties
  • scholen (voor regulier of speciaal onderwijs) in de regio
  • andere instellingen, zoals MEE, centra voor autisme, centra voor visueel gehandicapten, centra voor auditief gehandicapten en KDC’s
  • instellingen voor psychiatrie
     

De kinderen die onderstaande scholen bezoeken worden bij Sophia Revalidatie behandeld.

  • Maurice Maeterlinckschool, school voor mytyl- en tyltylonderwijs in Delft;
  • (V)SO De Piramide;
  • De Witte Vogel, tyltylcentrum in Den Haag. 

     

De kinderen volgen het schoolprogramma en worden op school behandeld door medewerkers van Sophia Revalidatie. Het uitgangspunt hierbij is één kind, één plan, waarin leerdoelen en revalidatiedoelen op elkaar zijn afgestemd.
 

Behandelteam

Bij Sophia Revalidatie werken professioneel opgeleide mensen met elkaar samen in een behandelteam rond een kind: revalidatie is teamwork.

De behandelend revalidatiearts geeft leiding aan het behandelteam. De verschillende behandelingen van het kind zijn wat betreft inhoud en tijd op elkaar afgestemd. In de teambespreking komen vorderingen en knelpunten aan de orde en bespreken de behandelaars het behandelverloop en de doelstellingen. De zorgvraag van de ouders is hierbij de leidraad. Voorafgaand aan de teambespreking hebben ouders inbreng in hetgeen besproken wordt. Een van de teamleden onderhoudt namens het team het contact met de ouder(s). Voor alle therapieën geldt dat de behandeling zowel individueel als in een groep kan plaatsvinden. Ook combinatiebehandelingen (behandelingen door meerdere behandelaars tegelijk) zijn mogelijk. Als uw kind op een school voor speciaal onderwijs zit, vindt de teambespreking plaats met leerkrachten en medewerkers van de school.
 

Samenstelling behandelteam

De revalidatiearts coördineert het behandelteam en is eindverantwoordelijk voor de behandeling. Als er onduidelijkheden of problemen zijn is de revalidatiearts het eerste aanspreekpunt voor het kind en/of de ouders. De revalidatiearts onderhoudt ook contact met de huisarts en de medisch specialisten.

De bewegingsagoog werkt in de sportzaal of in het zwembad. Hij begeleidt kinderen bij:

  • het leren zwemmen en ontspannen
  • het plezier krijgen in bewegen
  • het verbeteren van de conditie
  • het ervaren van allerlei sport- en spelvormen
     

De ergotherapeut begeleidt en stimuleert een kind bij het zo normaal mogelijk uitvoeren van dagelijkse activiteiten, schoolse vaardigheden en persoonlijke verzorging. De behandeling is gericht op het spelenderwijs stimuleren en verbeteren van een goede samenwerking tussen de zintuigen en de motoriek (sensomotoriek). De ergotherapeut adviseert de ouders over aanpassingen, hulpmiddelen en voorzieningen (zoals (kinder)stoel, badzitje en rolstoel). Zo nodig geeft hij training in het gebruik daarvan. Als advies over woningaanpassing gevraagd wordt, brengt de ergotherapeut eerst een huisbezoek.

De fysiotherapeut begeleidt en stimuleert de bewegingsontwikkeling. Behandelingen zijn gericht op het uitlokken van bewegingen die voor de ontwikkeling van een kind goed en nodig zijn. Ook werkt hij met het kind aan de conditie en de ademhaling. De fysiotherapeut adviseert de ouders hoe zij bepaalde bewegingen ook in de thuissituatie kunnen stimuleren in de praktijk van alledag, bijvoorbeeld tijdens het spelen, zitten of lopen.

De logopedist kijkt naar stoornissen of afwijkingen die te maken kunnen hebben met de mondmotoriek, voeding, ademhaling, stemgeving of spraak- en taalontwikkeling. Voedingsproblemen ontstaan als een kind moeite heeft met het slikken, kauwen of niet goed afhapt van een lepel. Er kan sprake zijn van spraak- en taalproblemen als een kind de taal slecht begrijpt of met het taalgebruik achterloopt bij leeftijdgenootjes. De logopedist oefent met het kind en geeft adviezen aan de ouders.

De maatschappelijk werker onderhoudt tijdens de behandelperiode contact met de ouders en het gezin. Hij steunt en begeleidt ouders bij mogelijke vragen en problemen rond de handicap van hun kind. Ook ondersteunt de maatschappelijk werker bij praktische zaken zoals huisvesting, financiën, logeerhuis en de mogelijkheden voor opvang tijdens vakantie.

De muziektherapeut biedt verschillende activiteiten aan op muziekgebied. Muziek maken kan ontspannend werken en helpen bij het uiten en verwerken van gevoelens en emoties. Muzikaliteit is géén vereiste om te kunnen deelnemen aan de muziektherapie.

De neuropsycholoog verricht (neuro)psychologische diagnostiek, behandelt kinderen, met onder andere gedragstherapie, begeleidt ouders en adviseert het behandelteam.

De orthopedagoog kijkt naar de verstandelijke en sociaal/emotionele ontwikkeling van een kind. Hij praat met de ouders en observeert het kind. Daarbij wordt testmateriaal gebruikt. Dit geeft een indruk van de ontwikkeling en het gedrag van een kind. De orthopedagoog begeleidt ouders en adviseert hen bij opvoedkundige vragen.

De pedagogisch medewerker verzorgt en begeleidt de behandeling en opvoeding van kinderen van 0 - 4 jaar die gedurende een deel van de dag in de Therapeutische PeuterGroep (TPG) zijn geplaatst.

De revalidatietechnicus past - waar nodig - rolstoelen of andere hulpmiddelen aan, of vervaardigt zelf een hulpmiddel op maat. Hij werkt meestal in overleg met de ergotherapeuten.

De verpleegkundige wordt ingeschakeld bij vragen over wond- en huidverzorging en medicijngebruik. Bij incontinentieproblemen (verlies van urine en/of ontlasting) adviseert de verpleegkundige de ouders over relevante hulpmiddelen en methoden. Zonodig adviseert de verpleegkundige over sondevoeding.

De zorgcoördinator is een ervaren behandelaar in de kinderrevalidatie. Hij heeft een coördinerende functie in de behandeling ter ondersteuning van de revalidatiearts en het behandelteam.
 

Ondersteunende diensten

Kinderen die in behandeling komen en hun ouders krijgen te maken met één of meer ondersteunende diensten.

Het Medisch Secretariaat maakt afspraken voor de revalidatieartsen en ondersteunt hen bij de medische administratie.

De afdeling Planning maakt afspraken voor alle behandelaars, uitgezonderd de revalidatiearts. Ieder kind krijgt een eigen programma, waarin zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de wensen van de ouders, de school en het kind.

De prothese-/orthesemaker en orthopedisch schoenmaker maken prothesen, orthesen en orthopedische schoenen. Sophia Revalidatie levert deze diensten niet zelf, maar werkt hiervoor samen met externe, zelfstandige bedrijven. Patiënten kunnen zelf kiezen van welk bedrijf zij gebruik willen maken. Afhankelijk van het bedrijf, is het mogelijk de hulpmiddelen in het revalidatiecentrum te laten aanmeten, te passen en te laten afleveren.

De voorzieningencoördinator biedt begeleiding bij de aanvraag van voorzieningen en hulpmiddelen. Als dit nodig is, fungeert hij als contactpersoon tussen (ouders van) het kind, artsen/behandelaars en diverse instanties (zoals gemeentes, zorgverzekeraars, leveranciers). De voorzieningencoördinator is niet op alle locaties werkzaam.